Neem de tijd
Sinds Liam drieënhalf jaar oud is, weten we dat hij TOS (taalontwikkelingsstoornis) heeft. Maar ook daarvoor merkten we al dat de communicatie met hem soms moeilijk verliep. We hadden regelmatig het gevoel dat we hem niet goed begrepen, maar ook dat hij ons niet begreep.
Soms zagen we het letterlijk in zijn ogen. We waren tegen hem aan het praten, maar hij keek ons alleen maar aan. Alsof we een andere taal spraken, of een liedje zongen waarvan hij de woorden niet kon begrijpen. Dat vond ik als ouder moeilijk om te zien. Je wilt zo graag contact maken met je kind, maar weet soms niet hoe je hem kunt bereiken.
Wat we misschien nog wel het moeilijkst vonden, was het contact met andere kinderen. We zagen dat zij Liam niet altijd begrepen. Op een gegeven moment merkten we dat hij steeds minder uit zichzelf naar andere kinderen toe ging. Alsof hij zich terugtrok, omdat communiceren hem zoveel moeite kostte.
Gelukkig zien we sinds hij naar een school gaat die gespecialiseerd is in TOS een mooie verandering. Hij krijgt steeds meer zelfvertrouwen, durft vaker op andere kinderen af te stappen en probeert steeds meer contact te maken. Dat is voor ons ontzettend fijn om te zien.
In het begin, wanneer je merkt dat de ontwikkeling van je kind anders verloopt, maak je je zorgen. Je vraagt je af wat er aan de hand is en wat dit voor zijn toekomst betekent. Maar we hebben ook geleerd om anders naar Liam te kijken. TOS zegt niets over hoe slim hij is of over wie hij als persoon is.
Wat mij betreft is Liam het slimste kind dat ik ken. Hij weet heel goed wat hij wil, heeft een sterke eigen wil en durft zelfs zonder moeite op volwassenen af te stappen. Hij heeft zoveel in zich, alleen lukt het hem niet altijd om dat met woorden duidelijk te maken.
En eerlijk is eerlijk: ook wij vinden het als ouders niet altijd makkelijk. Soms hebben we te weinig geduld. We willen hem helpen, vullen zijn zinnen aan of denken al te weten wat hij probeert te vertellen.
Maar Liam leert ons daarin zelf een belangrijke les. Regelmatig zegt hij dat we even moeten stoppen, naar hem moeten luisteren en hem moeten laten uitpraten.
Dat vind ik misschien wel het knapste van alles. Dat hij, ondanks de moeite die taal hem kost, zo duidelijk kan aangeven wat hij van ons nodig heeft.
We leren nog iedere dag. Niet alleen hoe we Liam beter kunnen helpen, maar vooral hoe we beter naar hem kunnen luisteren.
Want soms heeft een kind niet méér woorden nodig, maar iemand die de tijd neemt om te luisteren.
